Leven. Je lijdt het, je leidt het. Ooit schreef ik hier een kort verhaal over. En nu voelt het weer zo. Je leidt je leven, maar soms lijdt je leven. Momenteel ben ik bezig met beide werkwoorden. Ik leid en ik lijd. En ik heb beide niet in de hand. Het gaat door, de wijzers op de klok gaan door, ze blijven niet stilstaan, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik zou willen dat ik de tijd stop kon zetten, en even het beeld kon bevriezen. Dat ik Rosie even vast kon houden, en gewoon haar oneindig vast zou kunnen houden. Dat het niet uitmaakt hoelang ik haar hier houd, want de tijd staat stil. Dat ik haar niet terug hoef te leggen in het water, maar gewoon tegen me aan kon houden.
Wanneer ik haar vasthoud, bestudeer ik haar. Elke keer weer. Ik kijk naar haar voetjes en naar de mini nageltjes die al op haar teentjes zitten. Ik kijk naar haar vingertjes, en houd haar handje vast. Ik stel me voor dat ze reageert, dat ik haar handje vasthoudt, en zij mijn vinger vast pakt. Maar haar handje is koud, een beetje stijf, en er zal nooit beweging in komen. Maar hoe kan ik haar loslaten, wetende dat ik haar binnenkort nooit meer in mijn handen kan houden?
Het definitieve afscheid komt dichterbij. We hebben gesprekken met een uitvaartverzorger, en willen voor Rosie dat het aan niks ontbreekt. Haar leven was kort, maar haar leven doet ertoe. Zo hebben we haar ook aangegeven bij de gemeente. Ook al staat er heel hard 'Levenloos' boven, ze hoort bij ons. Zij is mijn dochter. Mijn meisje. En dat pakt niemand me meer af.
En dat is ook zo dubbel. Met haar termijn waarop ze geboren is, is ze eigenlijk officieel gezien nog 'niks'. Je hoeft haar niet aan te geven, dat is vrijwillig. Je hoeft geen uitvaart te regelen, dat is optioneel. Je krijgt er nog geen verlof voor, ondanks dat je bevallen bent. En ik begrijp dat ze die grens ergens moeten stellen, maar rond deze termijn en in mijn situatie is dit enorm dubbel en heel erg zwart-wit. Want haar zusje is nu wel iets. Als zij nu geboren zou worden, zitten we vast aan wettelijke termijnen en eisen. Het is dubbel om nu zo tussen die twee in te schipperen, maar voor ons is ze gewoon Rosie, onze dochter. En zij hoort erbij. Dus zij verdient niks minder dan het beste.
Momenteel vind ik het heel vaak lastig om het glas halfvol te zien. Van nature ben ik een ras optimist. Voordat Hailee geboren was kon bij mij de dag niet stuk. Ik danste op K3, ik huppelde wanneer ik daar zin in had. Iemand anders had het altijd slechter, erger, kwader, dus ik moest genieten van wat ik had.
Nu vind ik dat stiekem toch wel lastig. Ik gun iedereen nog steeds de wereld, en wil de kwade dingen nog steeds niet zien. Maar al het kwade lijkt mij altijd te gebeuren. Steeds meer nemen negatieve gedachtes mijn daginvulling over en zie ik de gouden pot aan het einde van de regenboog niet meer. Niet alleen dat, maar ik geloof er ook steeds minder in. Toen alles begon, en er vruchtwaterverlies bij Rosie werd geconstateerd, was mijn eerste reactie "Heb ik weer.". Ik grapte nog dat ze met mij klinische onderzoeken moeten doen, wellicht zien ze ergens in mijn DNA een nieuw stuk gen, het pechvogelgen. Het zou me stiekem niks verbazen. En dat ik zo over mezelf praat en denk, is niet leuk. Ik praat mezelf omlaag. En sinds Hailee neemt dat toe. De geboorte van Aevee was een grote lucht aan adem die me weer even op de been hield, maar niet veel later viel ik hard naar beneden en kwam ik mezelf tegen in een mate die ik zelf niet kende.
Want het zorgen voor een ander is iets wat mijn aard is. Ikzelf kom later wel, die ander heeft er nu baat bij. Na Hailee gaf ik meer om het verdriet en de rouw van een ander, dan dat ik hier mezelf tijd en ruimte voor gaf. Wellicht was het dan ook een soort copingsmechanisme, maar het zorgde er wel voor dat ik uiteindelijk toen de nood hoog was geen hulp wilde en durfde te accepteren. "Een ander heeft deze hulp harder nodig dan ik", was wat ik tegen een psychiater zei. En als je daar dan al op een vrijdagavond buiten kantooruren mee aan tafel zit, zit je er niet zonder reden. Maar ik zag die reden niet in. Uiteindelijk is dat na een maandenlang traject en medicatie redelijk goedgekomen. Waarom ik redelijk zeg? Ik geloof niet meer in "Alles komt goed." Een hoop kan goedkomen, niet alles. Dat is in mijn ogen tegenwoordig onmogelijk en een niet te verwezenlijken droom.
Deze situatie nu met Rosie laat me vaak weer negatief denken over mezelf. Dat mijn lichaam heeft gefaald, dat het mijn schuld is, dat ik iets fout heb gedaan. Die mening wordt door iedereen ontkracht, maar in mijn hoofd is hij pertinent aanwezig. Het enige wat mij soms anders laat denken is dat Rosie's zusje nog in de buik zit. Maar ik ben zo bang dat mijn lichaam ook geen veilige haven kan zijn voor haar. Dat mijn lichaam weer gaat falen. We zijn dan wel die 24-weken grens voorbij, maar dat is geen magische grens. De risico's zijn er en blijven enorm. Ze beangstigen me, en elk gek gevoel in mijn buik en druppel bloed laten mijn gedachten op hol slaan.
Toch laat dit alles me ook open staan voor hulp. Dit is een goede levensles op dat gebied. Ik moet namelijk wel. Ik heb momenteel al drie weken bedrust met badkamerprivileges. Dus ik ben redelijk afhankelijk van anderen. Toen ik thuis was deed mijn man alles voor me, en dat is zo enorm lastig om te accepteren. Want ik ben toch niet ziek? Fysiek voelde ik me prima, maar ik had natuurlijk geen zicht wat er zich binnen in mijn buik afspeelde. In het ziekenhuis in Venlo werd ik driemaal daags door de verpleegkundigen gecontroleerd, en moest ik voor alles aan de bel trekken. Na Rosie's geboorte mocht ik even niks. En dat er voor mij een ambulance geregeld moest worden om naar een gesprek in Maastricht te gaan voelde heel erg overdreven. Maar dat was het blijkbaar niet. Hetzelfde gevoel, het gevoel dat ik niet ziek ben, anderen deze hulp harder nodig hebben dan ik, kwam weer naar boven. Maar dit was de enige manier, anders mocht ik het ziekenhuis niet uit.
Maar iets waarbij woorden niet genoeg zijn, de gevoelens niet hard genoeg uit kunnen drukken, is jullie medeleven. De liefde die jullie ons sturen, de berichtjes, reacties, kaartjes; het is onvoorstelbaar. En ik ben jullie zó dankbaar. Hoe jullie meeleven, ons verhaal volgen, meehopen en bidden. Dat wij in jullie gedachten een rol spelen is iets wat ik niet uit kan drukken hoe dat voelt. Een mama-vriendinnengroep is zelfs een inzamelingsactie gestart. Om de overige kosten te dekken die de geldverzekering niet dekt voor de uitvaart. Om ons straks wellicht financieel wat te ontlasten, omdat ik na oktober geen baan meer heb. De actie wordt al massaal gedeeld, en ik kan niet stoppen met tranen laten vallen die er zijn door emoties van dankbaarheid, verdriet en onzekerheid. Ik kan er dan ook geen passend woord voor vinden. Dankjewel is te min, dat voelt te klein. Ik kan er een boekwerk over schrijven, maar denk dat onderstaande, voor nu, volstaat.
Lieve allemaal,
De afgelopen tijd zijn we overspoeld met zoveel liefde, steun en medeleven. Alle berichtjes, kaartjes, lieve woorden en gebaren: we zien het allemaal. Ook al lukt het me niet om iedereen persoonlijk te bedanken, weet dat elke vorm van steun ons raakt en ontzettend veel voor ons betekent.
Elk beetje hoop wat jullie hebben en onze kant opsturen, hoe hard jullie meeduimen, en dat wij zelfs bij jullie gebeden mogen horen; het is onvoorstelbaar.
En dan de GoFundMe die onze lieve vriendinnen voor ons hebben opgestart. Ik weet oprecht niet hoe ik daar ooit de juiste woorden voor kan vinden. De liefde, betrokkenheid en gulheid die we van zoveel mensen ontvangen, is overweldigend. We staan met onze mond vol tanden om te zien hoe dit wordt opgepakt en gedeeld.
In een tijd waarin we zoveel verdriet en onzekerheid voelen, helpt het ons om te weten dat we er niet alleen voor staan. Dat er zoveel mensen zijn die met ons meeleven, aan ons denken en ons een stukje willen en/of proberen te dragen wanneer het zelf soms te zwaar voelt.
Dankjewel, voor alles. Voor jullie liefde, jullie steun, voor het er voor ons zijn. Vanuit de grond van ons hart. Dankjewel.
Reactie plaatsen
Reacties