De blauwe plekken in mijn ellebogen, de grote blauwe plekken op de buitenkant van mijn rechterhand, de plekken waar de trombosespuiten zijn gezet op mijn benen. Langzaam verdwijnen ze. En dat doet wat met me, dat laat me voelen dat mijn littekens, mijn pijn, afneemt en verdwijnt. Geloof me, de fysieke pijn is nog aanwezig. Want de wond van de keizersnede is nog volop aan het genezen. En dat vergeet ik soms. Want het is pas twee weken geleden dat ik onder het mes ging. Maar het liefste zou ik het huis alweer poetsen, het wandelen en hardlopen weer oppakken, en een abonnement op de sportschool nemen omdat ik behoefte heb om mezelf fysiek af te matten.
Maar ik kan het allemaal nog niet. Niet alleen heb ik een keizersnede meegemaakt, maar 8 dagen daarvoor ook nog een natuurlijke bevalling. En hiervoor lag ik al bijna drie weken met bedrust in bed. In twee weken tijd ben ik ruim 1,5L aan bloed verloren door bloedverlies tijdens de zwangerschap en door de bevallingen. Mijn lichaam voelt niet meer als mijn lichaam, en dat doet pijn. Ik kijk sinds de bevalling van Rosie al anders naar mijn lijf. Niet meer met de dankbare blik van eerst, maar met een falende blik. Een blik die teleurstelling laat zien, en na de bevalling van Lexie is dat nog erger geworden. En dat is het frustrerende. Ik loop mezelf fysiek voorbij. Ik heb geen kind meer om voor te zorgen, dus voelt soms het alsof ik nooit bevallen ben.
Toen we thuis kwamen na Lexie's overlijden, moest ik nog kolven. Dit heb ik nog dagen moeten doen, en pas gisteren durfde ik de spullen op te ruimen. Het is nog niet 100% voorbij, maar voorbij genoeg om geen kolf meer nodig te hebben. En nooit gedacht dat ik dat zou missen. Ik zou willen en wensen dat ik nog mocht kolven. Dat ik om de drie uur een wekker moest zetten voor de nachten, omdat ik de productie op gang moest houden. Als mensen klagen dat hun kind niet doorslaapt 's nachts, wil ik schreeuwen van jaloezie. Ik zou willen dat ik 's nachts wakker zou worden van gehuild. Dat ik wakker zou mogen worden omdat mijn borsten pijn doen. Ik ben jaloers op ouders die dit mogen. En ik snap het, slapeloze nachten zijn zwaar. Maar het is ook zwaar dat je niet meer mag hebben. En dan verlang je naar niks liever willen dan 's nachts wakker moeten worden.
Ik merk de afgelopen dagen ook dat ik het verdriet minder toe wil laten. Ik heb er moeite mee om te voelen, om erbij stil te staan. Het is alsof ik onbewust door moet gaan, alsof ik niet mag blijven hangen in het verdriet. Ik besprak dit met een vriendin en die benoemde dat het waarschijnlijk een soort beschermingsmechanisme is. Na Hailee voelde ik me maanden klote, zacht uitgedrukt. Maandenlang zag ik geen kleur meer, voelde ik mezelf niet blij, vond ik geen geluk meer. En wellicht wil ik mezelf nu beschermen voor dit gevoel. Dus krop ik het weg, zet ik het aan de kant. Maar als ik dan wat voel, dan voel ik het hard. Dan komt het aan als een Japanse bullet train, die zonder pardon voorbijraast en me mee sleurt met de wind.
Gisteravond was zo'n moment. Een handbeweging deed me terugdenken aan het zitten bij de couveuse. Opeens voelde het alsof ik in de hoek van de kamer stond, maar daar aan de muur vastgeplakt zat. Ik wilde naar Lexie rennen, haar knuffelen, haar aanraken, kusjes geven. Maar ik kwam er niet. Ik schreeuwde, maar er kwam geen geluid uit. En opeens zat ik weer op de bank. Ik kreeg het benauwd, mijn ademhaling versnelde. Het was alsof ik niet genoeg lucht binnenkreeg, hoe diep ik ook probeerde adem te halen. Mijn hart begon steeds sneller te kloppen en ik voelde een druk op mijn borst. Mijn lichaam leek niet meer naar mij te luisteren. Mijn handen begonnen te trillen, ik werd warm en koud tegelijk en er kwam een misselijk gevoel opzetten. Alles om me heen voelde ineens anders. Alsof de wereld om mij heen doorging, terwijl ik zelf even stilstond. Ik verloor de controle over mezelf, en ik wil vluchten uit mijn lichaam.
Maar waar moet je naartoe als je nergens heen kunt? Ik probeer mezelf rustig te krijgen, maar iedere ademhaling lijkt het tegenovergestelde te doen. Mijn gedachten schieten alle kanten op. Ik wil weg. Weg van hier. Weg van dit gevoel. Weg uit mijn eigen lichaam, omdat het op dat moment niet meer voelt als een veilige plek. Alles om me heen lijkt tegelijk te dichtbij en ontzettend ver weg. Ik probeer mezelf ervan te overtuigen dat dit een paniekaanval is. Dat het voorbijgaat. Dat ik niet doodga. Dat ik de controle niet echt verlies. Maar op dat moment gelooft mijn lichaam en mijn hoofd daar helemaal niets van. En dus zit ik daar. Op de bank. Vast in mijn eigen lijf, gevangen in een angst die nergens naartoe kan. Ik wil huilen, schreeuwen, vluchten.
Ik denk dan ook dat vluchtgedrag het woord is wat mijn gevoel momenteel het beste omschrijft. Het klinkt misschien alsof ik letterlijk wegloop, alsof ik opsta en de de deur uit wil rennen zodra de angst aan komt zetten. Was het maar zo simpel, kon ik dat maar. Maar ik ben gaan vluchten zonder dat ik het zelf doorhad. Na Hailee vermeed ik plekken die een paniek- of angstaanval uit konden lokken. Ik ging ze uit de weg. Ik zocht altijd naar de uitgang die het meest dichtbij was. Ik wilde nergens alleen heen, omdat ik bang was dan de controle te verliezen zonder dat iemand me op kon vangen. Maar soms waren er triggers die ik niet kon vermijden. Een man in een blauw pak, de naam Hailee die door een moeder op straat tegen haar dochter werd verteld. Die situaties kon ik niet ontvluchten. Die overkwamen me, en ik kon er niks tegen doen.
Ondanks dat ik nu niet toe wil geven aan alle gevoelens en emoties die ik voel, weet ik dat ik dat wel ga moeten. Na Hailee was dit ook mijn copingsmechanisme. Mijn eigen gevoelens niet accepteren, het gevoel van een ander voorop stellen. Dat ging een tijd lang goed, totdat het heel erg mis ging. En dat maakt me nu zo bang. Wat als ik mijn gevoelens niet kan accepteren? Wat als dit allemaal te veel gaat zijn? Wat als dat touw, wat boven de put hangt, nooit zal zakken, en ik nooit omhoog ga kunnen kruipen?
Misschien is dat wel waar ik momenteel het meest bang voor ben. Niet voor het verdriet zelf, maar voor waar het me naartoe kan brengen als ik het toelaat. Ik weet hoe diep een mens kan zakken. Ik weet hoe donker het kan worden. Ik weet hoe het voelt als dagen zich aaneenrijgen zonder dat je nog weet hoe je ooit weer boven komt. En misschien is dat precies waarom ik nu zo hard probeer weg te rennen. Maar hoe hard ik ook ren, ik neem mezelf mee en mijn pijn en verdriet ook. Misschien hoef ik het touw niet zelf naar beneden te trekken. Misschien hoef ik ook niet vandaag al uit die put te klimmen. Misschien is het voor nu genoeg om toe te geven dat ik erin zit. Dat ik bang ben. Dat ik verdrietig ben. Dat ik mijn dochters mis. Dat ik soms liever vlucht dan voel. Voelen is toch niet hetzelfde als verdrinken? Ik houd mezelf nog boven water. Ik haal nog adem. Ik blijf watertrappelen, al put het mezelf soms enorm uit.
Geen enkel mens zou eigenlijk ooit moeten voelen hoe de bodem van een put voelt. En je weet op voorhand niet hoe je je zou gedragen, wat je zou doen, of zeggen, als die bodem opeens heel erg dichtbij komt. Je kunt enkel doorgaan met wat je doet, want er is geen manier om het makkelijker te maken. Je moet het zelf doen. En om eerlijk te zijn, je doet op zo'n moment ook maar wat. Als ik het op mezelf mag reflecteren; ik doe maar wat. Ik weet niet of ik het goed doe, ik weet niet of ik het compleet verkeerd doe. Ik ga maar door, soms op de automatische piloot die zich maar met de wind mee laat voeren, soms als een control freak die het stuur zelf heel strak in handen houdt. En ik ga achteraf pas weten of ik het goed heb gedaan, of dat ik het fout heb gedaan. Het enige wat ik nu kan doen, is doen wat nu oké voelt. Doen wat goed voelt kan ik niet, want niks voelt goed. Als ik iets doe, voelt het op z'n hoogst 'oké'. Voor meer kan ik nu niet settelen. Hiermee moet ik het doen.
Ik begin weer langzaam wat wandelingen te maken. Ik kook weer. Ik schrijf. Ik luister naar muziek die ik meeschreeuw, soms met de tranen over mijn wangen. En als ik al die dingen doe, vraag ik me af of ik het fysiek mezelf niet te moeilijk maak. Of ik niet mijn woorden beter moet kiezen voordat ze via mijn vingers op het scherm verschijnen. Of ik niet gewoon naar vrolijke muziek moet luisteren, in plaats van het nieuwe album van Alex Warren, waarbij ik de gevoelens aan laat komen als een klap. Maar die antwoorden krijg ik niet de aankomende week. Misschien dat er kleine fragmenten van de antwoorden volgende maand of over een maand of drie gaan ontstaan. Maar dit is geen proces wat een dag gaat duren. En als ik dan in weken zou spreken, lieg ik tegen de wereld. Maanden, voelt zelfs als een leugen. Want als ik uit ervaring mag spreken, weet ik dat dit jaren gaat zijn. En het proces gaat nooit klaar zijn. Het blijft, het verdwijnt niet. Het gevoel van Hailee's verlies werd na verloop van tijd minder heftig, maar het bleef. Het ging steeds meer naar de achtergrond, om soms onverwachts weer op de voorgrond te staan. Verdwijnen zal het nooit. Ik ga, ooit, wanneer het zover is, genoegen moeten nemen met het gevoel dat ik het aan kan. Dat ik het gevoel met me mee kan dragen, in plaats van dat ik erdoor gedragen word.
Ik houd mijn hoofd voor nu zover mogelijk als ik kan boven water. Soms slik ik water in, ga ik kopje onder, voel ik de bodem van de put. Maar voor nu, moet ik accepteren dat blijven drijven genoeg is.
Reactie plaatsen
Reacties