Een maand geleden veranderde mijn leven. De punt komma komma werd een feit, en er is een nieuw deel van mij geboren, terwijl een ander deel van mij stierf. Ik wist toen nog niet, dat de dagen die volgden een soort tussenhoofdstuk zouden zijn, en er een trilogie zou ontstaan. Het leven voor Hailee, het leven tussen Hailee, Rosie en Lexie in en het leven na Lexie. Geen enkele ouder zou ooit een leven na het leven van zijn kind moeten krijgen. En nu heb ik een leven na het leven van drie kinderen.
Ik zou ondertussen een boekenplank kunnen vullen met alle verhalen die zich in mijn leven hebben afgespeeld, laat staan de verhalen die er in mijn hoofd nog steeds spelen. Was het binnen in mijn hoofd maar zo georganiseerd, alsof ik een boek zou kunnen pakken en het open kan doen, effe terug kan zijn in dat moment en zodra ik het boek sluit, ik er ook niet meer aan denk. Dat het gewoon een attribuut is om de kast te vullen. Maar zo werkt het helaas niet. Mijn hoofd is een chaos van binnen. Ik doe zo mijn best om het te ordenen, om het begin te vinden en zo alles netjes te organiseren. Maar het lukt niet. Het is en blijft een chaos, en de chaos wordt alleen maar groter. Want alles wat ik denk, doe en voel komt op de stapel terecht. En er zit geen logica in. Het is een mengelmoes van alles wat er is, en ik kan het begin niet vinden.
Mijn gedachten en emoties gaan van rechts naar links. Bipolair zou bijna het juiste woord zijn. Want ik kan in een minuut drie keer huilen, en drie keer uitbarsten in de slappe lach. Ik kan het ene moment dansen door de kamer, om twee minuten later mezelf te verliezen in verdriet. Ik kan de ochtend beginnen met een bak energie, en dan gebeurt er iets wat niet gaat zoals het had moeten gaan, en kom ik vervolgens de hele dag niet meer van de bank af. Het slaat allemaal nergens op. En ik probeer zo een reden te vinden voor alles wat ik voel, en vooral waarom ik die dingen voel, maar ik kan het niet vinden. Er komt niks naar boven. En soms hoor ik de stem van mijn psycholoog in mijn achterhoofd, die aan me vraagt 'Maar waarom voel je je zo?'. Dan neem ik een momentje om de hele situatie te bekijken vanuit een ander perspectief, maar ik kom nergens op uit. En misschien is dat wel het moeilijkste. Dat ik overal een antwoord op probeer te vinden, terwijl ik ergens ook wel weet dat niet alles een antwoord heeft. Eigenlijk werkt het hetzelfde als dat ik iemand de schuld wil geven van dit alles. Maar er is niemand om de schuld te geven, dus geef ik die maar aan mezelf. En dat doe ik ook met het zoeken van een reden achter alles. Ik ben de reden, zo voelt het tenminste. Maar ergens is het heel onlogisch dat ik de reden ben, want soms kan ik er ook niks aan doen.
Misschien moet ik me gewoon meer focussen op het proberen te ordenen van die boekenkast. Begin maar bij de A, en werk je weg maar naar de Z. Maar hoe begin ik daaraan, als ik soms vergeet wat de A is, en hoe het alfabet gaat? Want ook dat is de realiteit. Ik ben een zeef. Een mentale zeef. Ik onthoud amper de dingen die belangrijk zijn. Ik vergeet een hoop, en een gesprek voeren wat meer tijd kost dan 15 minuten is niet meer aan mij besteed. Aan het begin kan ik nog prima meedoen aan het gesprek, maar zodra de minuten voorbij gaan, dwalen mijn gedachten af. Soms houd ik het wat langer vol, maar dan heb ik ook een goed moment. Als je mij nu, op dit moment, aan een tafel zou zetten met mensen, ben ik er na vijf minuten al niet meer bij. Dan zit ik daar maar als een soort mentaal incapabele zombie die enkel in fysieke vorm aanwezig is.
Gesprekken voeren voelt sowieso vreemd momenteel. Want ik wil niet het slachtoffer zijn. Ik wil ook weten hoe jouw dag was, of wat jij nog voor weekendplannen hebt. Ik wil niet dat het altijd over de situatie gaat waar ik me in verkeer. Maar als het dan over de ander gaat, dan gaat er in mijn hoofd maar één ding om: hoe kan ik niet over Rosie en Lexie praten? Wat boeit het mij wat diegene het weekend gaat doen? En dat is krom. Want zo ben ik niet. Ik wil van nature al niet zo graag over mezelf praten, want een ander komt bij mij op no. 1. Maar nu voelt het heel dubbel om over de koetjes en kalfjes te praten, terwijl mijn verhaal, en soms zelfs enkel mijn aanwezigheid, de olifant in de kamer is.
Hoe brei ik mijn gedachten aan elkaar, als ik er zelf soms niet achter sta, of geen idee heb wat ik überhaupt denk en voel? Ik laat me namelijk leiden door wat op dat moment goed voelt. Soms is dat iets, waar ik later spijt van krijg. Maar dat merk je altijd pas achteraf. Als je alles op voorhand zou weten, zou je vanaf het begin van je leven andere keuzes maken, toch? Zo had ik laatst te diep in het glaasje gekeken. Eef was bij haar vader, en de wijn en whiskey gingen er ruimschoots in. Ik wilde van mijn emoties af, even verdoofd zijn. Little did I know, dat mijn emoties aan gingen staan alsof ik ze nooit eerder had gevoeld, en kon ik er niet mee omgaan. Nog een voorbeeld. Ik had laatst te veel gedaan op een dag. Fysiek voelde ik me echt prima, maar aan het einde van de dag kwam de pijn aan de wond omhoog, en voelde het even alsof ik weer op dag drie na de operatie zat. Die pijn etterde een paar dagen door, en nu durf ik amper nog te bewegen, bang dat het schade brengt of dat ik nog meer pijn krijg.
Want ook dat is de waarheid. Ik laat me leiden door wat goed voelt, en door angst. Niet altijd in die volgorde. Soms is de angst zo groot voor iets wat eigenlijk wel goed voelt, dat ik het niet doe. Ik sluit mezelf thuis op, ik wil weinig de deur uit, en soms heb ik een superheldenmoment en zoek ik wel even de drukte en de afleiding. Dan gaan mijn man en ik naar een restaurant, of dan gaan we even bij familie langs. Maar erna kruip ik weer terug mijn coconnetje in en ben ik zo overweldigd door de wereld die er buiten mijn cocon is, dat ik er niet meer uit wil. Dan is het genoeg geweest en ben ik op. Afgelopen week had ik zo'n moment. Ik moest naar de tandarts, en er moesten wat boodschappen gedaan worden. Dit was in mijn geboortedorp, en daar kwam ik wat mensen tegen die het dus hadden gehoord. Ik kreeg zelfs een bloemetje van een moeder van een oud klasgenootje, tranen in mijn ogen als ik eraan denk hoe lief mensen op zo'n moment zijn. Maar toen ik ook de tandarts had overleefd en thuis kwam, knapte er iets. Paniek en woede namen de overhand. Paniek omdat ik woede voelde, woede omdat ik paniek had. Het vicieuze cirkeltje was rond en ik kwam er niet uit. Ik bleef erin zitten, en nadat ik een bloempot kapot heb gegooid, of ja, gesmeten is denk ik een beter woord, en toen heb gehuild in de armen van mijn man alsof ik een kraan open had gezet die niet meer dicht ging, toen pas kwam de rust een beetje terug.
Totale rust heb ik ook niet meer. Die heb ik sinds 4 augustus, toen de vliesscheur werd geconstateerd, niet meer gevoeld. Ik vraag me ook wel af of ik die ooit weer een beetje ga voelen. En nu was ik hiervoor al geen voorbeeldpersoon als het aan kwam op rust nemen, maar nu voelt het continu alsof ik opgejaagd word. Dat stukje wat ik ooit schreef, over dat het voelt alsof ik achterna wordt gezeten door een moordenaar met een mes, voel ik nog steeds. Stilstaan kan ik niet, dan voel ik hoe het mes langzaam in mijn rug geduwd wordt, dus ik moet door. Hollen, rennen, joggen, snelwandelen. Niet slenteren. Doorgaan en het tempo erin houden. Het ironische is, dat ik helemaal niet weet waar ik naartoe ren. Er is geen eindstreep, geen finishlijn waar ik straks overheen kan rennen en kan zeggen: zo, dat hebben we ook weer gehad. Er is geen moment waarop iemand een fluitje blaast en zegt dat ik mag stoppen. Dat het genoeg is geweest. Dat ik even op adem mag komen. Want waar ren ik eigenlijk naartoe? Naar een leven waarin Rosie en Lexie er niet meer zijn? Naar een versie van mezelf die ik nog niet ken? Naar een toekomst waarvan ik geen idee heb hoe die eruit gaat zien? Ik ren gewoon weg. Simpeler dan dat kan ik het niet verwoorden. Weg van de stilte, weg van mijn gedachten, weg van dat allesoverheersende gevoel dat er iets niet klopt. Want zodra ik stilsta, word ik geconfronteerd met alles wat er is gebeurd, en zoals jullie weten, is dat nogal een stapel.
Maar ondertussen begint mijn lichaam ook steeds vaker aan de noodrem te trekken. De pijn, de vermoeidheid, de momenten waarop ik merk dat ik eigenlijk helemaal niet meer kan. Alsof mijn lichaam probeert te zeggen wat mijn hoofd niet wil horen: je hoeft niet altijd door. En daar word ik dan weer boos om. Want ik wil door. Ik wil dingen doen, ik wil naar buiten, ik wil leven. Ik wil niet het gevoel hebben dat ik gevangen zit in mijn eigen huis, in mijn eigen hoofd en in mijn eigen lichaam. Ik wil weer vrij zijn, en mezelf vrij durven voelen, mezelf rustig door de dag heen laten slepen, zonder het gevoel dat ik door moet. Ik wil gewoon weer eens een dag hebben waarop ik niet hoef na te denken over wat ik aankan. Waarop ik niet bang hoef te zijn dat ik mezelf voorbijloop. Waarop ik niet iedere beweging hoef af te wegen tegen de mogelijke gevolgen.
Ik weet dat ik rust moet nemen, maar ik voel me opgejaagd. Ik weet dat ik mezelf niet overal de schuld van kan geven, maar ik voel me schuldig. Ik weet dat ik niet altijd sterk hoef te zijn, maar ik voel de drang om door te gaan. En ergens tussen al dat weten en voelen raak ik mezelf steeds een beetje kwijt. Misschien is dat wel de grootste chaos van allemaal. Niet de stapel boeken die steeds groter wordt, niet de gedachten die alle kanten op schieten, maar het feit dat ik niet meer weet hoe ik mezelf tot rust moet brengen.
Want hoe ruim je een boekenkast op als je ondertussen door de kamer blijft rennen? Hoe vind je de A als je hoofd al bij de Z is? En hoe leer je stilstaan, als je al zo lang het gevoel hebt dat je niet anders kunt dan doorgaan? Ik heb geen idee. Maar misschien hoeft dat ook niet. Misschien is het voor nu al genoeg dat ik het probeer te begrijpen. Dat ik af en toe een boek van de stapel pak, zonder meteen de hele kast op orde te willen hebben. Misschien mag ik soms ook gewoon even gaan zitten. Niet omdat alles klaar is, niet omdat ik weet hoe het verder moet. Maar omdat ik ook maar een mens ben. Een moeder die haar kinderen mist. Een vrouw die probeert haar weg te vinden in een leven dat ze nooit had willen leiden.
Misschien is verder gaan ook eens leren om stil te staan. Opnieuw leren voelen, emoties ervaren, de wereld leren kennen. Niet meer alleen maar hollen om de pijn voor te blijven, maar voorzichtig ontdekken dat ik ook mag wandelen. Dat ik niet alles vandaag hoef te begrijpen, niet iedere emotie hoef te verklaren en niet iedere dag een stukje verder hoef te zijn. Misschien mag ik opnieuw leren leven, op mijn eigen tempo. Met alles wat ik met me meedraag, met alles wat ik ben verloren en met alle liefde die er nog steeds is. Want Rosie, Lexie en Hailee zullen altijd deel uitmaken van mijn verhaal. Ook als ik even stilsta. Ook als ik weer eens niet weet hoe het verder moet. Misschien is dat wel waar ik nu mag beginnen: niet met rennen naar een leven zonder hen, maar met voorzichtig leren leven met hen, op een manier die ik nog moet ontdekken.
Reactie plaatsen
Reacties