Altijd heb ik gedacht dat ik wist wat angst was. Dat ik dat gevoel kende, en echt doorhad hoe ultieme angst voelde. Maar dat wist ik niet. Wat ik dacht dat angst was, was slechts een beetje spanning of nervositeit. Het enige moment waarbij ik wellicht echte angst heb gevoeld was na Hailee's geboorte, toen ik een half uur lang geen idee had hoe het met haar ging, om vervolgens te horen te krijgen dat ze het niet heeft gehaald. Dat was angst.
Maar nu weet ik wat ultieme angst is. Hoe het voelt om continu met je hart in je keel te zitten, waar je ook bent, wat je ook aan het doen bent. Telkens als ik naar het ziekenhuis wordt gerold vanuit het Ronald McDonald Huis, stijgt mijn hartslag met twintig slagen per minuut. Ik voel mijn hart kloppen in mijn borst, hard en snel. Zodra we de NICU binnenkomen en het lampje bij haar deur staat aan, komen er nog eens twintig slagen bovenop. Dat betekent dat er iemand bij haar is. Het zegt niks over wat ze aan het doen zijn. Het kan een luier verschonen zijn, een infuuspomp vervangen, of haar sondevoeding geven. Maar er zijn ook kaartjes die ze aan de deur hangen. "Steriele procedure" is er daar een van. Vanochtend gingen we naar Lexie toe, en kwamen we aan met dit kaartje op haar deur. We wisten niet wat ze aan het doen waren, en in de familiekamer was het wachten. Ik schrijf dit nu dan ook in de familiekamer terwijl ik aan het wachten ben, hopende dat ik dit verhaal later aan kan vullen met hopelijk minimaal invasief nieuws. Maar mijn hart bonkt nu in mijn borst alsof ik op een festival naast een speaker sta.
Het is nu dat ik dit schrijf acht uur geleden dat ik daar op die stoel zat, wachtend op een woord, zin, iets. Gisteren heeft Lexie een infectie gekregen en omdat ze dachten dat deze door het infuus via de navel kwam moest deze er gisteren uit. Hiervoor heeft ze toen twee nieuwe infuusjes gekregen. Vannacht is een van die infusen gesneuveld en hebben ze vanochtend een nieuwe centrale lijn in gebracht. Op dit moment heeft ze dus slechts een ledemaat vrij, een handje heeft ze vrij, de rest zit allemaal in spalkjes en verbandjes verwerkt. De procedure van vanochtend duurde alleen langer dan normaal, omdat haar bloedplaatjes laag zijn en haar bloed slecht stolt. Dit hebben ze dus lang dicht moeten drukken voordat het oké genoeg was om alles af te plakken.
Maar de rust zakt niet bij mij. Ondanks dat ze dus eigenlijk nog steeds stabiel is, voelt het alsof ik achterna gezeten wordt door een moordenaar met een mes. En als ik stop met hollen, dat het mes zo mijn rug in gestoken wordt. Zo ben ik dus zes dagen geleden bevallen door een keizersnede. Hersteltijd? Zes weken, waarvan je de eerste twee weken minimaal beweegt. Denk dat dat nu mogelijk is? Zeker niet. Ik wil zo snel mogelijk niet meer afhankelijk zijn van een ander. Dus op dezelfde dag van de operatie stond en liep ik al. De dag erna ging de katheter eruit zodat ik zelf naar het toilet kon. De derde dag begon ik met lopen buiten de kamer. En nu sta ik al in de keuken om effe een eitje te bakken, of sta ik wat was op te vouwen. En geloof me, het is absoluut niet dat mijn man niks doet. Hij doet alles voor me. Maar omdat ik zo graag ook wat wil doen, doe ik het. En dan is rust pakken heel lastig. Daarnaast helpt bezig zijn me enorm om me mentaal een beetje af te schakelen. Om de situatie in mijn hoofd op dit moment in een woord uit te drukken, kan ik denk ik het beste het woord chaos gebruiken. Hoe mijn hoofd normaal een redelijk geordende boekenplank is, gerangschikt op categorie en vervolgens op schrijver, is het nu een stapel boeken waar het begin niet te vinden is. Miljoenen boeken die op een grote berg zijn gedropt, en die ik nu moet gaan ordenen, met voor mijn gevoel een stopwatch die afloopt.
Ik zou niemand nu een echte volledige inkijk in mijn hoofd gunnen. Ik denk dat dat voor menig mens te zwaar is. Ik wil mezelf niet prijzen, ik ben absoluut geen heilige, maar met alles wat ik voor de kiezen heb gekregen en krijg, is het een heel wonder dat ik nog sta. Soms voelt het niet zo hoor. Dan gun ik mezelf die lof even niet. Maar ik doe het wel gewoon allemaal. En doe ik het perfect? Zeer zeker niet. Maar kun je dit überhaupt perfect doen? Dat lijkt me van niet. Het is wikken en wegen, proberen om de weegschaal in balans te houden. Op dit moment is dat nog niet eens een beetje mogelijk. De ene kant van de weegschaal staat vlak aan de grond, de andere kant zweeft in de lucht. Het is een wedstrijd in mijn hoofd met wat goed is voor mij, goed is voor Lexie, goed is voor Eef, en goed is voor mij en Timon als stel. Het is iets wat niet af te wegen valt, maar voor het gevoel wel moet gebeuren. En dan moet je soms keuzes maken. En dat zijn keuzes waar je niet achter kunt staan, maar wel keuzes die je moet nemen om een beetje menselijk voor jezelf te blijven. Zo zie ik Eef amper. Afgelopen woensdag zou mijn man haar ophalen van school, maar wij waren wandelende zombies. Ik denk zelfs dat een zombie er nog beter bij zou zitten. Vermoeid kan ik het niet eens noemen, dat voelt te min. Hoe moet ik het dan wel noemen vraag ik me dan af. Ik zou het niet weten. Maar na twee bevallingen in acht dagen tijd waarvan een door middel van een operatie, een stuk of vier gemiste nachten in 10 dagen tijd, een kind op de NICU, een infectie bij mij die heftiger was dan ik had gedacht, de crematie van Rosie, een verhuizing naar het Ronald McDonald Huis én nu nog steeds gebroken nachten en dagen om te kolven, was ik de menselijkheid voorbij. Het ging niet. Eef bleef bij de ouders van haar biologische vader, waar ze nu gelukkig een stabiele basis heeft totdat wij weer thuis komen. Maar man, die keuze, ik heb er om gehuild alsof ik in een cel vol gesneden uien stond. Het deed pijn omdat ik niet voor haar kan kiezen. Ik kan mezelf niet in tweeën splitsen, en dat zou ik nu zo graag doen. Maar morgen komt ze, dan gaat mijn man haar halen. De vader van mijn man staat als achterwacht. Want dat is ook zo'n ding. We leven continu met de gedachte dat we op moeten vliegen en weg moeten kunnen. Elke minuut van de dag dat we niet bij Lexie zijn ben ik bang om gebeld te worden. Bij elk geluidje van mijn telefoon schiet ik op en breekt het zweet me uit. En dat is ronduit gezegd klote. Want die "Wat als?" kan ons niet tegenhouden van het "normale" leven. We moeten soms ook boodschappen doen, even naar huis om nieuwe kleding te halen. We moeten soms dingen doen en dan zijn we even weg. Maar dat opgejaagde gevoel blijft, en ik ben benieuwd wanneer dat ooit zal zakken.
Morgen is Lexie een week oud. Dan leven we een week in de achtbaan die ons bij de NICU heeft gebracht. Een week lang horen we piepjes, flitsen er lampen alsof het een discotheek in de jaren '90 is. En zelfs als we bij haar weg zijn, hoor ik die piepjes nog. Pling, pling, pling. Het blijft doorgaan. Ik ga er mee naar bed, ik sta er mee op. Het blijft in mijn hoofd. Pling. Pling. Pling.
Ik ben doodsbang om haar te verliezen. Ik weet nu wat ultieme angst is. Ik zie haar liggen, en ben zo bang voor alles wat er komen gaat. Ik heb het niet in de hand, niemand weet iets zeker, het enige wat we hebben is dat ienie mini beetje hoop. Hoop dat we vannacht niet gebeld worden. Dat we morgenvroeg naar haar toe gaan en het allemaal rustig en stabiel is gebleven. Maar die angst neemt het soms over. Dan gaat mijn hoofd naar een donkere plek, en lijk ik er niet vandaan te komen. Ik vecht mezelf dan een weg naar boven, door even een handje op haar te leggen, even naar een foto van haar te kijken, of ik bel naar de NICU om te vragen hoe het gaat.
In de wandelgangen hier hoor ik mensen praten. Ze maken zich zorgen over workflows, een afspraak bij de kapper, een zitbank die geleverd is en toch niet helemaal naar wens is. Dat zijn voor hen zorgen. Ik kan alleen maar denken dat ik zou willen dat dat mijn zorgen waren. Klagen mag altijd, en iedereen heeft zijn eigen dingen die niet lekker lopen. Maar wat er zich nu in mijn leven afspeelt, laat me zien dat de kleine dingen echt klein zijn, en ik van een mug geen olifant meer kan maken, omdat het simpelweg maar een mug is.
Ik ben ook maar een mens. En een mens kan ook maar zoveel aan, zegt men toch altijd? Maar wat is zoveel? Kan ik dit allemaal nog aan? Geen idee. Die klap komt later wel. Voor nu kan die klap niet aankomen. Ik moet door, ik moet hollen, ik moet rennen. Ik moet er voor Lexie zijn, ik moet kolven, bij haar zijn, haar comfort bieden, buidelen wanneer het kan. Ik moet zoveel. En ik kijk stiekem heel erg uit naar de tijd dat niks meer moet en alles mag.
Reactie plaatsen
Reacties