Pieken en dalen

Gepubliceerd op 21 februari 2026 om 15:27

De donkere maanden hebben altijd iets met me gedaan. Minder licht, minder ruimte in mijn hoofd. Waar anderen het knus noemen, voelt het voor mij vaak alsof mijn wereld kleiner wordt, en de muren met de dag meer op me afkomen. En dan maakt het niet uit of ik in de woonkamer zit, of dat ik in de natuur ben, de muren zijn er. Fysiek, of mentaal. Zo worden de dagen korter, maar mijn gedachten niet. Ze stapelen zich op, draaien rondjes, en lijken meer gewicht te krijgen naarmate de zon zich minder laat zien. En zo voelt het nu ook. Het gaat weer bergafwaarts. Niet plotseling, niet met sirenes, maar op die stille manier die ik inmiddels herken. Alsof ik langzaam terrein verlies zonder precies te weten wanneer ik ben begonnen met afdalen. Mijn hoofd voelt zwaarder, mijn lijf trager. Mentaal ben ik afgemat, alsof zelfs de duivel nog niet in mijn schoenen zou willen lopen. 

Het gemis is weer enorm. Het gemis van Hailee. Het gemis van mam. Het is er zonder aankondiging, zonder aanleiding die ik kan aanwijzen. Alsof het allemaal opnieuw gebeurt. Niet iets van toen, maar van nu. Het voelt vers, dichtbij, onaf. Niet als herinnering, maar als iets dat ruimte inneemt. Alsof ze er zijn zonder er te zijn, en dat maakt alles zwaarder. Alsof ik opnieuw moet leren hoe het is om om te gaan met een leegte die nooit echt leeg is geweest. 

En dat is stom. Ronduit stom. Want ik wil zo graag dat het goed gaat. Dat ik me gewoon voor kan doen als die blije meid, zoals ik vroeger was. Maar mijn batterij daarvoor is op. 

En helaas zijn het geen oplaadbare batterijen. Het zijn batterijen die nu zo leeg voelen, dat zelfs er even aan porren geen zin meer heeft. En ik weet dat die batterij zich vast wel weer een keer magisch omtovert tot zo'n oplaadbare batterij, maar juist omdat ik dat weet is het nu zo frusterend. Want ik weet dat het wel beter wordt. En ik weet dat dat ook gaat gebeuren. Maar ik weet niet wanneer. Dat is uitzichtloos. Want soms duurt dat bij mij dagen, en dat lijkt nu niet van toepassing. Soms duurt het weken, en zelfs dat betwijfel is. Maar het kan ook jaren duren. En ik wil dat niet. Ik wil dat het geen jaren duurt.

Het uitzichtloze op iets beters is vermoeiend. Vooral het masker ophouden dat het allemaal wel goed is. Want ik wil niet dat mensen me zien als een zwak persoon. Dat ik 'alweer' een mentale inzinking heb. Dat ik 'alweer', zoals de huisarts het mooi noemt, last heb van een recidiverende depressie. Ik haat het, dat ik die woorden typ. Ik haat het oprecht. Want zo mag de wereld mij niet zien. De wereld moet mij zien als een persoon waarbij het glas altijd minimaal halfvol is, waarbij de emmer nooit lijkt over te lopen, waarbij de zon altijd schijnt, ook al is de hemel bedekt in een laagje dikke donkere wolken.  

Maar wat ik zeg. Het is er effe niet. Dat zonnetje is weg, het glas is een emmer geworden en die emmer is vol. Nok-, maar dan ook nokvol. En elk dingetje wat nu tegenzit, zorgt ervoor dat hij overloopt. Het maakt nu niet meer uit hoe klein iets is, of hoe weinig impact het maakt als het fout gaat: het gaat fout, en dat doet de emmer overlopen. 

Soms denk ik aan iets wat ik laatst las: spijt is gemis wat later komt. Die zin bleef hangen, tegen wil en dank. Hij kan op zoveel manieren geïnterpreteerd worden, maar momenteel voelt het alsof ik het moet opvatten alsof ik nu aan mezelf moet werken, en als ik dat niet doe, dat ik er later heel veel spijt van heb. En dat is confronterend. Want ik heb geen hulp nodig. Ik hoef niet aan mezelf te werken, want glas halfvol-verhaal en regenbogen, yay. Maar nee. Dat is er niet. Niet nu. Ik heb daadwerkelijk actie nodig. Omdat het zo niet door kan gaan. Schommelen in emoties is menselijk, maar tot op zekere hoogte. Je moet er me om kunnen blijven gaan, je moet er niet bang voor zijn. Je moet er mee kunnen functioneren. En dat kan ik niet meer. Ik heb geen zin meer in dingen. Geen energie. En ik slaap zo slecht. Het is dat ik de afgelopen weken ziek was, en daardoor mijn lichaam sliep door alle herrie heen. Maar ik rust niet uit. Mentaal ben ik op. 

En met dit alles merk ik ook dat ik bang ben voor emotie. Iets wat ik jaren geleden ook heb gevoeld. En ik ben niet bang voor verdriet op zich,  maar voor wat het met me doet als ik het echt toelaat. Bang dat het me overspoelt, dat ik er niet meer bovenuit kom. Dus hou ik het klein, duw ik het weg, trek ik dat masker weer op. Maar misschien is dat juist wat me zo moe maakt. Misschien is sterker worden niet leren negeren, maar leren blijven staan terwijl het door me heen gaat.

Ik hoop zo dat er snel wat actie komt. Dat de jarenlange wachtlijst opeens mijn naam bovenaan heeft staan. Maar ik ben er ook op voorbereid dat dat nog heel lang gaat duren. En daar moet ik mezelf mentaal ook klaar voor maken. Ik ben al op zoek gegaan naar een grotere emmer, een emmer die een inhoud heeft van een tank, zodat de emmer niet over kan lopen. De emmer die ik nu heb, is al vol, dus dan gaan we maar op zoek naar een nieuwe. 

Ooit wordt het beter. Ooit. 

Reactie plaatsen

Reacties

Gerri Vossen
3 dagen geleden

Lieve Suniva, ik hoop dat het schrijven van dit alles alleen al wat opluchting geeft. Veel liefs, Gerri.