"Als je een droom hebt, jaag hem dan na, want een droom zal jou niet achterna jagen."
Een zin uit een liedje wat ik weer vaak luister. En hij heeft me aan het denken gezet. Want waarom zou ik dingen doen die ik niet belangrijk, waardevol, leuk of nuttig vindt. En we hebben allemaal dromen. Dromen die op de achtergrond in je gedachten ronddwalen wanneer het stil is, of die je juist niet uit je hoofd krijgt. Soms groot en helder, soms vaag en bijna vergeten. Dromen over wie we willen zijn, wat we willen maken, waar we willen leven of hoe we ons willen voelen. Toch blijven veel van die dromen precies dat: dromen. Niet omdat ze onmogelijk zijn, maar omdat we wachten. Op het juiste moment. Op meer zekerheid. Op toestemming.
Wat als je het anders bekijkt? Wat als een droom geen einddoel is, maar een richting? Je hoeft niet meteen alles te weten of te kunnen. Je hoeft alleen de eerste stap te zetten. Klein. Onzeker misschien. Maar wel vooruit. Dromen groeien niet door perfectie, maar door beweging.
En ja, soms veranderen dromen. Wat ooit klopte, kan later anders voelen. Dat is geen falen, dat is groei. Het najagen van je droom gaat uiteindelijk niet alleen over het bereiken ervan, maar over wie je wordt onderweg.
Voor mij voelt 2026 als zo’n kantelpunt.
Niet omdat alles ineens duidelijk is, of omdat ik precies weet hoe het eruit moet gaan zien. Juist niet. Het voelt als het jaar waarin ik stop met eindeloos overwegen en begin met kiezen. Waarin ik de gedachten die al jaren door mijn hoofd dwalen niet langer wegduw, maar serieus neem.
Het zijn geen nieuwe ideeën. Het zijn dezelfde verlangens die steeds terugkomen, in verschillende vormen. Dingen waar mijn aandacht vanzelf naartoe gaat. Waar ik energie van krijg, zelfs als ik er alleen maar over nadenk. Lange tijd heb ik ze laten bestaan in mijn hoofd, veilig en ongrijpbaar. Maar ergens onderweg merkte ik: ze willen meer ruimte dan dat.
2026 voelt als het moment waarop ik die ruimte ga maken. Waarop ik keuzes durf te maken die misschien niet de meest voor de hand liggende zijn, maar wel eerlijk. Keuzes die niet voortkomen uit wat hoort of verwacht wordt, maar uit wat mij gelukkig maakt. Niet perfect, niet zonder twijfel, maar wel bewust.
Ik weet dat het niet altijd makkelijk zal zijn. Dat niet alles meteen zal lukken. Dat ik onderweg zal bijstellen, soms zal struikelen, misschien zelfs opnieuw zal beginnen. Maar dat voelt minder spannend dan blijven stilstaan. Minder zwaar dan later moeten toegeven dat ik het nooit heb geprobeerd.
Dromen najagen betekent voor mij niet dat ik alles achterlaat of alles omgooi. Het betekent dat ik mezelf serieus neem. Dat ik luister naar wat al zo lang aanwezig is. Dat ik kies voor een leven dat meer klopt, stap voor stap.
Ik hoef niet alles nu al te weten. Niet het eindpunt, niet de route, niet hoe lang het gaat duren. Het enige wat telt, is dat ik blijf luisteren. Dat ik mijn dagen iets vaker laat leiden door nieuwsgierigheid in plaats van angst. Door wat licht voelt, in plaats van wat veilig lijkt.
Er zullen momenten zijn waarop ik twijfel. Waarop oude patronen zich opnieuw aandienen en het verleidelijk is om terug te stappen in wat bekend is. Maar ik weet ook: elke keer dat ik kies voor wat mij gelukkig maakt, groeit het vertrouwen. In mezelf. In het proces. In het feit dat ik dit kan.
Dit is geen afscheid van alles wat was. Het is een uitbreiding. Een verschuiving. Een langzaam maar bewust bewegen richting een leven dat beter past. Waarin ruimte is voor groei, creativiteit en rust. Waarin ik mezelf niet hoef tegen te houden om anderen gerust te stellen.
En ik mag het ook doen als ik een beetje bang ben. Maar dan kan ik wel zeggen dat ik het doe. En daar draait het om. Want ik wil het doen. Nee, dat zeg ik verkeerd. Ik ga het doen.
En ergens onderweg besef ik dit steeds sterker: ik verdien het. Ik verdien het om tijd, aandacht en energie in mezelf te steken. Niet pas wanneer alles voor anderen geregeld is, niet als beloning achteraf, maar nu. Omdat ik er ben. Omdat mijn welzijn ertoe doet.
Aan mezelf werken betekent voor mij niet dat ik ‘nog beter’ moet worden, of harder mijn best moet doen. Het betekent luisteren. Grenzen voelen en respecteren. Eerlijk zijn over wat mij leeg trekt en wat mij voedt. Kiezen voor groei, niet vanuit tekort, maar vanuit zorg.
Ook mijn eigen geluk is geen luxe. Het is geen egoïsme, geen bijzaak, geen iets-voor-later. Het is de basis. Want wanneer ik me goed voel, leef ik lichter, vrijer en oprechter. Dan geef ik meer, zonder mezelf te verliezen. Dan ben ik aanwezig, in plaats van alleen maar functionerend.
Ik hoef mijn verlangen naar geluk niet langer te relativeren of te verantwoorden. Het is geen zwakte om te willen leven op een manier die klopt. Het is moedig. En misschien is dat wel de belangrijkste keuze die ik maak: mezelf toestaan om gelukkig te zijn.
Maar eerlijk is eerlijk: ik ben daar nog niet altijd. Mijn energie is laag. Soms zo laag dat zelfs dromen zwaar voelen. Er zijn momenten waarop ik denk dat ik het niet waard ben om hier tijd en aandacht aan te besteden. Dat ik de energie er niet voor heb. Dat ik eerst ‘beter’ moet zijn voordat ik mag beginnen.
Tegelijkertijd merk ik iets anders. Dat de dingen die ik nu doe mij ook nauwelijks nog energie geven. Wat ooit vanzelf ging, voelt leeg of vlak. Alsof ik blijf doorlopen op een pad dat mij niet meer voedt. En misschien is dát wel het signaal waar ik niet langer omheen kan.
Misschien is dit geen zwakte, maar een overgang. Geen gebrek aan kracht, maar een teken dat het tijd is om te stoppen met mezelf voorbij te lopen. Dat ik eerst mag vertragen. Opladen. Kijken wat mij weer adem geeft.
Voor ik mijn dromen kan gaan najagen, moet punt een zijn dat ik weer voor mezelf zorg. Dat ik mezelf niet langer zie als iemand die eerst moet bewijzen dat ze het waard is. Want ook zonder energie, zonder helder plan, ben ik het waard om goed voor te zorgen.
Dit is nog geen sprint. Dit is het begin. En soms begint dat niet met rennen, maar met een stapje vooruit zetten.
Reactie plaatsen
Reacties